Ironman Frankfurt raceday: niet de volledige afstand waarvoor ik kwam, maar wel een race om nooit te vergeten
Op zondag 28 juni stond ik aan de start van Ironman Frankfurt, klaar om mijn eerste volledige triathlon te volbrengen. Maar twee dagen voor de wedstrijd werd het fiets- en looponderdeel ingekort vanwege de extreme hitte. De juiste beslissing, maar alsnog moeilijk te accepteren na maanden voorbereiding. Dit is het verhaal van een race die niet de Ironman-finish werd waar ik van had gedroomd, maar die me wel lessen, vertrouwen en bewijs gaf dat de voorbereiding er stond.
Zondag 28 juni. Ironman Frankfurt raceday.
Helaas kregen we twee dagen voor de wedstrijd het slechte nieuws dat het fiets- en looponderdeel zouden worden ingekort vanwege de extreme hitte. Die beslissing was absoluut begrijpelijk. Veiligheid gaat voor, en het zou een extreem zware dag worden.
Maar toch deed het pijn. Ik wist dat de hitte eraan kwam en had me daar juist heel serieus op voorbereid. Ik had mijn heat training gedaan, mijn cooling strategy geoefend en mijn hele raceplan gebouwd rondom het volbrengen van de volledige afstand. Dus hoewel ik de beslissing begreep, betekende het ook dat ik mezelf na dit weekend geen Ironman zou kunnen noemen.
En dat was even slikken.
De wekker stond op 2:45 op raceochtend. Toen ik wakker werd, gebruikte ik eerst GOWOD om wat activatie te doen voordat ik ging ontbijten. Daarna pakte ik mijn spullen en liep ik naar de Uber die we hadden gereserveerd.
We kwamen om 3:55 aan bij de shuttle naar T1. De eerste shuttle zou eigenlijk om 4:00 vertrekken, maar we konden meteen instappen en hij vertrok bijna direct. Daar hadden we heel veel geluk mee, want later hoorden we dat honderden mensen bijna twee uur in de rij hadden gestaan.
Eenmaal aangekomen bij T1 begon ik alles klaar te maken. Ik zette mijn bidons op de fiets, pompte mijn banden op tot de juiste druk en stopte mijn compressie calf sleeves in mijn T1-zak, omdat die tijdens het zwemmen niet gedragen mochten worden.
Daarna trok ik mijn gear en swimskin aan en liep ik richting de start.
Voordat ik mijn startvak inging, deed ik nog een korte warming-up van ongeveer 200 meter. Dat hielp enorm. Het water was maar liefst 29 graden Celsius. Op dat moment van de dag was het water zelfs warmer dan de lucht.
Nadat ik in het juiste startvak stond, kon ik eerst nog kijken naar de aankondiging van de professionals. Ik had een paar van hen twee dagen eerder nog ontmoet, wat het extra gaaf maakte. Hun start was echt iets anders. Ze sprintten het water in en waren zo snel weg. Dat was ontzettend motiverend om te zien.
Daarna kwam de Viking clap.
Kippenvel, maar ook een beetje teleurstelling.
Het is zo’n iconisch Ironman-ritueel, maar in mijn hoofd was dit geen Ironman meer. Het was een 93.1. Dus ik koos ervoor om het moment nog niet volledig te savouren. Dat gevoel wil ik bewaren voor de dag waarop ik echt de volledige afstand finish.
Toen klonk het startschot.
Ik stond vrij ver vooraan bij de eerste starters, maar liet bewust een paar mensen voorgaan. Mijn plan was om atleten te vinden die net iets sneller waren dan ik en daarachter te draften.
Ik sprintte het water in en ging op weg.
Vrij snel lukte het me om goede voeten te vinden. Elke keer dat ik iemand moest laten gaan, probeerde ik meteen bij de volgende zwemmer aan te haken. De Aussie exit was behoorlijk chaotisch, met veel mensen die weer het water in sprongen en zwemmers overal om me heen. Maar ik bleef rustig en kon blijven draften.
Een van de laatste rechte stukken voelde alsof er geen einde aan kwam. Ik had geen idee welk tempo ik zwom of hoe ik ervoor stond. Het enige wat ik kon doen was blijven zwemmen en hopen dat ik ergens in de buurt van mijn streeftijd zat.
Toen ik uit het water kwam en mijn tijd zag, zat ik precies waar ik wilde zitten.

1:07:22, met een gemiddeld tempo van 1:46 per 100 meter.
Daar was ik ontzettend blij mee.
De run over het strand en omhoog richting de wissel was zwaar, maar ik probeerde T1 zo snel mogelijk door te komen.
Daarna was het tijd voor de fiets, waarschijnlijk mijn favoriete onderdeel.
Zodra ik onderweg was, voelde het makkelijk. Bijna te makkelijk. Ik had eigenlijk geen echt plan meer, omdat ik me had voorbereid op een fietsrit van 175 kilometer en niet op 125 kilometer. Daarom besloot ik vooral op gevoel te rijden.
Vrij vroeg merkte ik al wat maagklachten. Al mijn bidons bevatten koolhydraten, dus als ik vocht binnen wilde krijgen, moest ik ook koolhydraten nemen. Daardoor had ik vrijwel de hele rit een vol gevoel, met af en toe wat boeren. Het was lastig om voeding binnen te krijgen, maar uiteindelijk kreeg ik alsnog tweeënhalve van de vier bidons weg die ik bij me had.
Bij elke aid station pakte ik een flesje aan, nam ik een paar flinke slokken en gebruikte ik de rest om mezelf te koelen.
Na de eerste ronde hoorde ik van mijn familie dat ik op dat moment de derde snelste fietstijd in mijn age group reed. Dat verbaasde me echt.
De tweede ronde was wat drukker op het parcours. Ik besloot mee te rijden met een groepje dat ongeveer hetzelfde tempo reed als ik. Die ronde was iets langzamer, maar het voelde ook alsof ik mijn benen daarmee een beetje spaarde.

Toen ik T2 binnenkwam, had ik niet zo’n nette afsprong als vorig jaar in Duisburg. Maar goed, dat hoort er ook bij.
In de wisselzone waren de rekken nog bijna helemaal leeg. Ik was een van de eerste 50 atleten die T2 binnenkwam en het was opvallend rustig. Ik had een nette wissel, inclusief een korte plaspauze, en ging daarna de run op.
Toen ik begon met lopen, kreeg ik van mijn familie te horen dat ik de snelste fietssplit in mijn age group had gereden.
Dat had ik totaal niet verwacht.
De eerste kilometer van de run voelde sterk. Maar al snel voelde ik opnieuw mijn maag opspelen. Bij de derde aid station besloot ik om er bewust doorheen te wandelen, zodat ik genoeg kon drinken en mezelf goed kon koelen. IJs bij elke aid station hielp enorm.
Rond kilometer 10 nam ik nog een toiletpauze, dit keer voor nummer twee. Daarna voelde alles een stuk beter. Ik wandelde nog steeds door de aid stations, maar het lopen zelf voelde weer beter.
In de laatste twee kilometer moest ik eigenlijk opnieuw naar het toilet. Maar ik was zo dicht bij de finish dat ik besloot door te blijven lopen.

Helaas was eerder tijdens het lopen mijn rits kapotgegaan. Daardoor liep ik over de rode loper en finishte ik terwijl ik mijn trisuit met mijn handen dichthield, om te voorkomen dat ik een penalty zou krijgen. Je rits moet dicht zijn bij de finish, en na alles wat er al was gebeurd ging ik dat risico niet nemen.
Als ik kijk naar de maagproblemen, de hitte en twee toiletpauzes, dan kan ik zeker tevreden zijn met 21,1 kilometer aan gemiddeld 4:37 per kilometer en een gemiddelde hartslag van 140 bpm.
Ik heb veel geleerd van deze race. Ik weet inmiddels ook wat waarschijnlijk de oorzaak was van mijn maagproblemen, en dat is waardevol richting de volgende wedstrijd.
Op de vrijdag dat we het nieuws kregen dat het parcours zou worden ingekort, schreef ik me al in voor Challenge Almere-Amsterdam. Ik had mijn zinnen gezet op het volbrengen van een volledige triathlon dit jaar, en dat doel staat nog steeds.
Uiteindelijk finishte ik als 8e in mijn age group en 114e overall.
Voor mijn tweede triathlon ooit ben ik daar echt tevreden mee.
Tijdens de race droeg ik ook mijn CORE Body Temperature sensor om mijn warmtebelasting te monitoren en onderweg keuzes te maken op basis van de data. Interessant genoeg was mijn heat strain index het hoogst aan het begin van de swim. Daarna kwam mijn core temperature eigenlijk niet meer boven de 38,5 graden Celsius.
Dat laat voor mij zien dat mijn heat training en cooling strategy hebben gewerkt.
Dus nee, dit was niet de volledige Ironman-finish waar ik van had gedroomd. Maar het was wel een race vol lessen, sterke momenten en bewijs dat de voorbereiding er stond.
Nu is het tijd om die lessen mee te nemen naar Almere.